In een blog op de website van Arts M+G vertelt hij hierover. “Jongeren denken vaak dat ze zo kunnen stoppen”, vertelt Tijn. “Maar als ik doorvraag, herkennen ze al snel signalen van verslaving: onrust, prikkelbaarheid, hoofdpijn, slecht slapen of concentratieproblemen als ze een tijdje niet vapen.”
Dicht bij jongeren
Vanuit zijn werk bij GGD Limburg-Noord en het project Vapen #jouwkeuze zet Tijn zich in voor voorlichting, preventie, stophulp en betere bescherming van jongeren. Vapen #jouwkeuze is een initiatief van Daniëlle Cohen (longpatholoog) en Frank Borm (longarts), waarbij artsen onder andere voorlichting geven op scholen.
Tijn is betrokken als onderwijsredacteur en staat regelmatig voor de klas. Daar hoort hij bijvoorbeeld verhalen over hoe jongeren via social media in contact komen met dealers of onder druk worden gezet om zelf vapes te verkopen.
Volgens Tijn speelt de jeugdarts een sleutelrol: “Wij staan dicht bij jongeren, pikken signalen uit hun leefwereld snel op en gaan het gesprek aan: met jongeren én hun ouders.”
Meer dan de spreekkamer
Tegelijk maakt Tijn duidelijk dat het probleem groter is dan wat je als jeugdarts alleen kunt oplossen. Het vraagt om maatschappelijke keuzes, zoals strengere wet- en regelgeving, én om samenwerking met partijen als scholen en gemeenten. En ook de tabaksindustrie zelf speelt volgens hem een belangrijke rol.
Binnen Vapen #jouwkeuze wordt bijvoorbeeld samengewerkt met Wanda de Kanter, voormalig longarts. Ze is oprichter van onder andere Rookpreventie Jeugd en de grootste rookstoppolikliniek in Nederland. Ook schreef ze meerdere boeken, bijvoorbeeld Nederland stopt! Met roken. Samen zetten ze zich in om het probleem breder op de agenda te krijgen.
De jeugdarts centraal
Voor Wanda de Kanter is één ding duidelijk: “De belangrijkste aanpak is samenwerken. En als er één discipline centraal zou moeten staan, is dat de jeugdarts. Zij zien als enige beroepsgroep alle jonge mensen van Nederland, kunnen vroeg signaleren, onderzoek doen én een stem hebben in het maatschappelijke en politieke debat. Dus wie anders?”